Boterzuur is een vluchtig vetzuur en is in de kuil herkenbaar aan de penetrante geur. De belangrijkste oorzaak van boterzuurvorming is naast de verontreiniging met mest, een hoge Ruw as fractie (RAS) in de kuil. Een boterzuurfermentatie ontstaat meestal in de nattere graskuilen. Echter ook door bepaalde schimmels kan het aantal boterzuurbacteriën en -sporen in de kuil toenemen.
Indien boterzuursporen in de melk komen kan het de kaasproductie ernstig verstoren. Bekend is het fenomeen “knijper” of “laat los”, waarbij de kaas door een nagisting van boterzuursporen wordt opgeblazen.
De vorming van boterzuur kunnen we voorkomen door extra alert te zijn bij de oogst en bij het inkuilen, vooral als we een natte snede moeten inkuilen.
Door Pioneer® 1188 toe te voegen wordt extra melkzuur gevormd. Extra melkzuur onderdrukt de vorming van boterzuur. De kuil is dan eerder stabiel en behoudt zijn voederwaarde.
| Controle onbehandeld | Behandeld met Pioneer Silage Inoculant | |
| Aantal | 10 | 20 |
| DS % | 32,1 | 34,4 |
| Ras % DS | 12,8 | 12,4 |
| pH-Waarde | 4,89 | 4,89 |
| Boterzuur % vers | 0,44 | 0,23 |